initiatief  |  david larmuseau

conservator  |  koenraad de wolf

beheer  |  vrienden van musea hunnegem

contact  |  museahunnegem@proximus.be

telefoon  |  0486 54 42 85

adres  |  gasthuisstraat 100-104  9500 geraardsbergen

 

 

© 2018-2019 musea hunnegem  |  ph haegeman  |  alle rechten voorbehouden

partners |

INHOUD

Het museum huge, dat is ingericht in de voormalige Romaanse kerk van Hunnegem en de aanpalende Paxzaal, bevat elf secties en vier boxen.

In het schip van de kerk wordt in vier secties een chronologisch overzicht geschetst van de prehistorie tot en met 2018. In het midden staat een eerste box met de belangrijkste historische kaarten van Geraardsbergen. Een Oorkondenkabinet (box 2) maakt de overgang naar het koor van de kerk. Daar worden in drie secties specifieke thema’s belicht: het onderwijs, de Mariadevotie en Benedictus. Twee boxen tonen respectievelijk een prospectus van het pensionaat en een panoramisch beeld van de site omstreeks 1910. Ten slotte zijn in de Paxzaal (het voormalige zusterkoor) vier secties ingericht: de neogotiek, het monastieke leven, de kantschool en last but not least de schatkamer. Deze laatste toont de belangrijkste kunstobjecten.

 

 

 

SECTIE 1  |  Bakermat (tot 1096)

Het eerste deel schetst aan de hand van zes hypothesen een nieuw beeld van de ontstaansgeschiedenis van Hunnegem. Omdat hier de bakermat ligt van de stad, wordt ook de geschiedenis van Geraardsbergen herschreven. De hypothesen zijn:

1° Amandus heeft Geraardsbergen gekerstend.

2° De prehistorische cultusplaats in Hunnegem wordt gechristianiseerd. De houtbouw maakt omstreeks 1050 plaats voor een stenen constructie.

3° De parochianen verzamelen 100 m³ stenen en voeren het metselwerk uit onder leiding van de monniken van de Sint-Pietersabdij van Dikkelvenne.

4° Het kruis in het wapenschild van Geraardsbergen symboliseert de overwinning van het christendom op het heidendom. De voorchristelijke feesten Krakelingenworp en Tonnekensbrand verwijzen naar een prehistorische cultusplaats op de Oudenberg.

5° Waarom kiest de graaf voor Hunnegem om zijn machtspositie in het gebied tussen Schelde en Dender uit te bouwen? De aantrekkingskracht van de twee sacrale plaatsen beïnvloedt die beslissing.

6° Hunnegem is de moederparochie van de stad. Door de vervijfvoudiging van de oppervlakte komt hier de grootste Romaanse eenbeukige kerk van (Oost-) Vlaanderen tot stand. De omvang van het koor bewijst de populariteit van de bedevaart.

SECTIE 2  |  Bedevaartsoord (1096-1624)

Het tweede deel vangt aan met andermaal een nieuwe hypothese. De overheveling van de Sint-Pietersabdij van Dikkelvenne in 1096 naar Geraardsbergen is een politieke beslissing en een disciplinaire maatregel. De monniken weigeren immers om de Gregoriaanse Hervorming door te voeren. Bisschop Manasses schenkt bij die gelegenheid de kerk van Hunnegem aan de abdij. Daardoor bestuurt de abt de moederparochie van de stad.  Hunnegem blijft een populair bedevaartsoord en is de parochiekerk van de inwoners op de linker Denderoever. De aanpassingswerken in de periode van de gotiek illustreren het belang van de kerk. De schade tijdens de Gentse Opstand noodzaakt de wederopbouw van het koor. Het interieur krijgt een polychrome beschildering. Na de Beeldenstorm (1566) worden onder het bewind van de Gentse Calvinistische Republiek (vanaf 1578) de kerk en het originele devotiebeeld vernield. Er komt na het herstel van het Spaanse gezag in 1585 een vervangbeeld.

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

SECTIE 3  |  Priorij (1624-1797)

Florence de Werquignoeul is de bezieler van de observante Benedictinessen die na de godsdienstoorlog de regel van Benedictus strikt toepassen. Vanuit de abdij in Douai (Noord-Frankrijk) komen elf nieuwe stichtingen tot stand, onder andere in Hunnegem. De bouw van de priorij, naast de Romaanse kerk, begint in 1624. Zes zusters nemen in 1627 hun intrek in de nieuwbouw en kiezen Onze-Lieve-Vrouw van Hunnegem tot abdis. De overste draagt de titel van priorin. In 1629 begint de bouw van een muur rond de priorij. Daardoor functioneert zij ‘buiten de wereld’. Even dreigt een schisma tussen de Franstalige en de Nederlandstalige zusters en de priorij is even in haar voortbestaan bedreigd door het verbod om nieuwe religieuzen te aanvaarden wegens te weinig inkomsten. Tijdens de bezetting va Franse soldaten vluchten de zusters in 1653 en 1658 naar Dendermonde. Daar komt in 1661 een nieuwe kloosterstichting tot stand. In 1749 komt er een onderzoek naar invloeden van het Jansenisme. Zusters die niet regelmatig de communie ontvangen, moeten vasten op water en brood. Wanneer keizer Jozef II de contemplatieve kloosters opheft, ontsnapt Hunnegem dankzij het pensionaat.

 

 

BOX 1  |  Kaarten

De voorzijde van de box met historische kaarten toont het exemplaar van Jacob Roelofs van Deventer uit 1565. Aan de achterkant zien we de ingekleurde kopergravure van Joan Blaeu (1648) naar de kaart van Antonius Sanderus in zijn Flandria Illustrata. Verder is een lijst opgenomen van de monastieke instellingen in de stad.

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

SECTIE 4  |  Feniks (1816-2018)

Na de annexatie van onze gewesten bij Frankrijk in 1794 vernietigt een lawine aan besluiten de instellingen van het Ancien Régime en de fundamenten van de Kerk. Op 6 januari 1797 verlaten 23 zusters de afgeschafte priorij. Op de openbare verkoop verwerft Pierre-François Van Hoorde de site. Heimelijk keren vier zusters terug. Hunnegem is tijdelijk een bolwerk van het Stevenisme. In 1816 wordt de priorij heropgericht met de steun van de Benedictinessen van Ghislenghien. Wel legt de Hollandse overheid het religieuze leven aan banden.

Inde tweede helft van de 19de eeuw kent de priorij een ongeziene bloei na de oprichting van een Armenschool. Werkateliers of ouvroirs moeten voorkomen dat de meisjes uit arbeidersgezinnen gaan werken in de fabrieken. In het kantatelier, het breiatelier en het borduuratelier werken alles samen tot 300 meisjes.  Aan de hand van de kronieken wordt een levendig beeld geschetst van het leven tijdens de Eerste Wereldoorlog, waarbij de solidariteit groot is. In 1924 wordt met luister het derde eeuwfeest herdacht. De rode draad doorheen het wedervaren tijdens de Tweede Wereldoorlog zijn de honger en de koude. Bij de viering van 350 jaar priorij in 1974 wordt het zusterkoor ingericht als Paxzaal. Het aantal religieuzen daalt door overlijdens, uittredingen en het gebrek aan nieuwe roepingen. In december 2008 verlaten de zusters de priorij. Op initiatief van David Larmuseau en de zorggroep Eclips herrijst de site vanaf 2012 voor een tweede maal als een feniks uit haar as. Hunnegem wordt een eigentijds socio-cultureel centrum.

 

 

 

 

BOX 2 Oorkondenkabinet

Een Oorkondenkabinet maakt de overgang van het chronologische deel naar het thematische deel. Aan de buitenkant worden de belangrijkste oorkonden geprojecteerd in verband met de oprichting van de priorij.Aartsbisschop Jacobus Boonen van Mechelen richt op 16 september 1624 de priorij van Hunnegem canoniek op en Koning Filips IV van Spanje kent op 2 december 1627 de zusters een jaarinkomen toe van vijfhonderd florijnen. De originele oorkonden liggen aan de binnenzijde van kabinet. Daar bevindt zich onder andere een origineel Ceremoniaal voor de inkleding van een zuster uit de 17de of 18de eeuw.

BOX 3 Prospectus

Een prospectus van het Pensionaat van Hunnegem maakt de overgang naar het thema ‘onderwijs’.

 

SECTIE 5  |  Onderwijs

De Benedictinessen hebben een rijke onderwijstraditie. Frans is de voertaal en godsdienst het belangrijkste vak. In 1743 zijn er in de zomer twintig en in de winter vijftig internen. De zusters krijgen bij de heropstart in 1816 de toelating om te zorgen voor ‘l’éducation chrétienne des jeunes filles’. Godsdienst is dan ook het hoofdvak. In dit deftige pensionaat hebben de internen een kostuum in marinewit voor de grote feestdagen en een blauw kostuum voor de zondagen en andere gelegenheden.
De toename van het aantal internen leidt in 1833 tot de aanbouw van een vleugel ter hoogte van de zuidelijke koorgang. In 1889-1890 wordt die verlengd en verbreed. De kleuterschool, de lagere school en het lager middelbaar onderwijs aanvaarden ook half-externen, kwart-externen en externen. Priorin Thérèse Sulmon realiseert een Armenschool. 160 arme kinderen tussen drie en acht jaar krijgen ’s middags ook eten.
Tussen 1900 en 1912 komt er  in de Gasthuisstraat de toevoeging van een nieuwbouw met drie vleugels en in 1935-36 breidt de school uit met een speelzaal en op de verdieping twee klassen. Een internationale campagne wil meisjes aantrekken uit Duitsland en Engeland.
Directeur Charita is de promotor van het Nederlandstalig onderwijs dat vanaf 1944 wordt ingevoerd. Vanaf 1959 wordt een lagere cyclus Latijn-Grieks ingericht. Met de invoering van de eenheidsstructuur in 1988 fuseren de priorijschool en het college. Het onderwijsaanbod in Hunnegem beperkt zich vandaag tot kleuter- en lager onderwijs.

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 


 

BOX 4  |  Pensionaat

De fraaie Art Nouveau-getinte tekening van het pensionaat van Théophile L’Haire toont een panoramisch beeld van de Hunnegemsite omstreeks 1910.

 

 

 

 

 

 

 

 

SECTIE 6  |  Mariadevotie

Een nieuwe hypothese handelt over de Mariadevotie. Het devotiebeeld van Hunnegem toont – zoals de beeltenissen in alle middeleeuwse mariale bedevaartsoorden – een Sedes Sapientiae of Maria als Zetel van Wijsheid. De kerkelijke overheid promoot die voorstelling wegens haar rol bij de kerstening. Maria draagt alle kenmerken in zich van de Germaanse moedergodin Fregga en de vruchtbaarheidsgodin Freya, wiens plaats zij inneemt. De Sedes Sapientiae staaft andermaal de prehistorische roots.

Er bestaan tal van verhalen over de bijzondere bescherming door het mirakelbeeld van Onze-Lieve-Vrouw van Vrede. Omdat Hunnegem in de middeleeuwen op de lijst staat van de gerechtelijke bedevaarten reikt haar aantrekkingskracht tot ver buiten de stadsgrenzen. Het strafrechtboek van de Vierschaar van Belsele en Sinaai vermeldt in de 14de eeuw de ‘bedevaert van Onser Vrouwe van Hunneghem’.

SECTIE 7  |  Benedictus

Benedictus (480-547) is een van de invloedrijkste middeleeuwse geestelijken door zijn kloosterregel. Die stoelt op de geloften van armoede, kuisheid en gehoorzaamheid en een evenwichtig leven van bidden, handenarbeid en rusten. Zijn Regula Benedicti is de standaard van het monastieke leven. Louis Bert de l’Arbre brengt in 1891 op de langsmuren van het koor in Hunnegem het leven van Benedictus in beeld.

 

 

 

 

SECTIE 8  |  Neogotiek

De priorij bezit aanvankelijk doeken van de 17de-eeuwse schilders Theodoor Rombouts, Abraham Janssens en Théodore Van Thulden en het devotiebeeld wordt aangekleed met rijkelijk versierde jurken en mantels. In 1720 komt in de kerk een gemarmerd houten portiekaltaar van 9,5 meter hoog dat het hoofdaltaar met het schilderij van Rombouts vervangt.

Eind de jaren 1880 voegt Louis Bert de l’Arbre een nieuw zusterkoor toe aan de kerk. Ook nu neemt deze peetvader van de neogotiek in Geraardsbergen de muurschilderingen voor zijn rekening. Hij is er veertien jaar werkzaam: van 1887 tot 1900. De schilderingen maken indruk door hun omvang, afwerking en compositorische kwaliteiten. Het gebruik van bladgoud en het warme coloriet versterken de uitstraling. De tekening is verfijnd en expressief.

Maar het succes van de neogotiek leidt tot een tweede Beeldenstorm. Het hoofdaltaar wordt verkocht voor 500 frank en de zijaltaren worden ontmanteld. In de plaats van die ‘oude rommel’ komt er een nieuwe neogotische totaalaankleding.

 

 

 

SECTIE 9  |  Schatkamer

De topstukken van de verzameling van de priorij zijn samengebracht in een schatkamer. Daartoe behoort een 19de-eeuwse neogotische Kruisigingsgroep. Het beeld van Sint-Jozef met het Jezuskind is vermoedelijk van de hand van de uit Geraardsbergen afkomstige beeldhouwer Gabriël Grupello. De 17de-eeuwse voorstelling van de Man van Smarten is vervaardigd in albast en gedeeltelijk verguld. Ten slotte vertelt een 18de-eeuws schilderij (olie op doek) de legende van de heilige Scholastica.

SECTIE 10  |  Monastiek leven

De observante Benedictinessen volgen de statuten van Douai die paus Paulus V in 1615 goedkeurt. Die voorzien in een strenge clausuur. Voor de Franse Revolutie telt de priorij nooit meer dan 24 zusters. Het grootste aantal wordt in 1914 bereikt met 47. De voorbije vier eeuwen zijn 292 zusters binnengetreden, waarvan 172 voor 1797. Acht zijn afkomstig uit Frankrijk en twee uit Engeland.

Na het tweede Vaticaans Concilie (1962-65) wordt het getijdengebed wordt aangepast en het altaar komt in het midden van de kerk. De mis wordt in het Nederlands opgedragen en de celebrant staat met het gezicht naar het volk.

De priorin is als spirituele leidster verantwoordelijk voor de toepassing van de statuten. Tot de Franse Revolutie zijn monniken van de Sint-Adriaansabdij de spirituele adviseurs van de zusters – later een door de bisschop aangestelde priester. Tot 1902 neemt de principaal van het Sint-Catharinacollege die taak op zich. Het aantal officia­les of deelverantwoordelijken neemt toe met de stijging van het aantal zusters. De subpriorin is de tweede in rang en de cellelière of huisbewaarster de derde in rang. De novicemeesteres staat in voor de opleiding van de kandi­daat-religieuzen. Een postulante wordt eerst gewijd als novice en na één jaar geprofest. Een hoogtepunt in het leven van een religieuze is de vie­ring van haar zilveren en gouden jubileum. De uitvaartplechtigheid gebeurt voor iedere zuster op dezelfde manier.

Volgens de regel van Benedictus wijden de religieuzen zich acht uren per dag aan het gebed. Het fundament vormt het getijdengebed.  De zusters ontvangen de communie op zondag en op de feesten van Onze-Lieve-Vrouw en van de kerk. Tijdens het biechten, één keer per week, hangt een voile voor de grille. Maandelijks vindt een recollectiedag plaats en tweemaal per jaar volgen de zusters een retraite. Ankerpunten in het gebedsleven zijn de viering van de hoogdagen en de feesten van Onze-Lieve-Vrouw. De zusters leven vrijwi­lli­g in armoede. Alle goederen zijn gemeenschappelijk. Zij aanvaarden het gezag van hun oversten en ervaren de ‘trouwe maagdelijkheid’ als een genade die het hart vrijmaakt voor een grotere liefde tot God en de mensen.

Niemand betreedt dit slotklooster zonder toelating. De stilte regeert en nederigheid, onderdanigheid en zelfverloochening kenmerken hun leven van boetvaardigheid. Na het avondmaal is er een perio­de van ontspanning. Wekelijks komen de geprofeste zusters samen in het kapittel. Bij het werk in de eetzaal geldt een beurtrol. Om in de eigen behoeften te voorzien, heeft de priorij een boerderij, een moestuin en een boomgaard. De zusters dragen een sobere kledij volgens hetzelfde model. De novicen dragen een witte hoofdsluier.

De kijkkasten tegen de oostelijke langsmuur bevat een selectie van originele objecten uit de verzameling van de voormalige priorij : boeken, beelden, liturgisch vaatwerk, een origineel manuscript en relieken. En achteraan staan op en na ast een houten koffer voorwerpen die dagelijks werden gebruikt bij de huishoudelijke activiteiten. Deze dateren vooral uit de 17de, de 18de en de 19de eeuw.

 

 

SECTIE 11  |  Kantschool

De priorij richt in 1860 voor meisjes uit arme gezinnen een kantschool op. De zusters geven de algemeen vormende vakken en een lekenjuffrouw de lessen kantklossen. Het onderwijs is gratis en de leerlingen krijgen integraal het loon dat de fabrikant van hun voorkeur betaalt.

Een kijkkast toont een fraai voorbeeld van Channtillykant die in de kantschool werd vervaardigd

huge museum geraardsbergen hunnegem
Hunnegem Geraardsbergen Deventer
Huge Hunnegem Théophile L'Haire Geraardsbergen Grammont
Huge Hunngem Geraardsbergen Kantschool kant grammont